Fietsherstelling: factuur uitsplitsen?

31-07-2017

Bij een herstelling worden vaak ook nieuwe onderdelen gemonteerd. De vraag is dan of het gaat om een dienst (de herstelling) of om de levering van een goed (het onderdeel). Als het btw-tarief van de levering niet hetzelfde is als dat van de dienst, krijgt het onderscheid groot belang. Dat is bijvoorbeeld het geval voor fietsherstellingen. Die komen immers in aanmerking voor het verlaagd tarief van 6%. Maar de levering van fietsonderdelen blijft onderworpen aan het normale tarief van 21%.

Daarom zegt de fiscus in een circulaire van juni 2017 dat de fietshersteller de factuur moet opsplitsen. Op de prijs van de onderdelen moet 21% btw aangerekend worden. Voor het arbeidsloon kan men volstaan met 6% btw. De gebruikte benodigdheden, zoals lijm en smeerolie, mag men bij de prijs van de arbeidsuren rekenen. Daarvoor geldt dus ook het tarief van 6%. Deze uitsplitsingsregel is een afwijking van de algemene regel die luidt dat de gehele handeling als een dienst beschouwd wordt op voorwaarde dat de prijs van de onderdelen minder dan 50% van het totaal bedraagt.

Als de prijs niet uitgesplitst wordt, dan is de handeling in haar geheel onderworpen aan het tarief van 21%.
Volgens de circulaire is een snelle elektische fiets overigens evengoed te beschouwen als een fiets en geldt daarvoor dus dezelfde uitsplitsingsregel. Hetzelfde geldt voor een moutainbike. Het nieuwe standpunt is van toepassing vanaf 1 juli 2017.

Keer terug naar